‘Weinig zaken verbinden zo als sport’. Dit zegt Bert van Oostveen, de nieuwe voorzitter van de KNVB, in Voetbal International. Van hem is een dergelijke uitspraak niet zo verwonderlijk. Het WK in Zuid-Afrika heeft echter bijna alle criticasters de mond gesnoerd: elke wedstrijd weer zat bijna iedere Nederlander voor de televisie samen met buren, vrienden of collega’s te juichen en te vloeken. De halve finale en de finale waren de best bekeken programma’s aller tijden. Ook de Amsterdamse politieke rel van de zomer was gerelateerd aan het voetbal: mochten cafés nu wel of niet grote schermen buiten zetten?
Er is in Nederland altijd groot enthousiasme ten tijde van grote sportevenementen. Dit geldt niet alleen voor het WK Voetbal, maar ook voor de Olympische Spelen. Het is dan ook een goed dat Nederland, met Amsterdam als hoofdstad, haar best doet om deze evenementen binnen te halen. Het WK Voetbal in 2018 of 2022, de Olympische Spelen in 2028: het zou fantastisch zijn als Nederland deze mag organiseren.
Stelselmatig wordt echter de verkeerde reden aangevoerd voor het organiseren van grote sportevenementen. Het meest gebruikte argument is wel dat WK’s en Olympische Spelen geld in het laatje brengen. Iedere keer rekenen gastlanden zich rijk. Achteraf blijkt dit helaas bijna nooit te kloppen. Het toerisme dat speciaal op het sportevenement afkomt, drukt het ‘gewone’ toerisme weg. Sporttoeristen geven gemiddeld minder uit dan gewone toeristen. Na het evenement komt het gewone toerisme bovendien maar langzaam op gang. Investeringen van sponsoren en citymarketing worden tevens voorgespiegeld als goudmijn, maar vallen achteraf stelselmatig tegen. Lees verder →




