is het al 2013?

Jezus, het is bijna 22 januari en dan heb ik een maand niet geblogd. Nu is het bijhouden van dit weblog niet mijn raison d’être, maar ik kan niet ontkennen dat een licht knagend schuldgevoel zich van mij meester begint te maken.

vlakbij het WTC

Ik heb uiteraard niet een maand ondergedoken gezeten. Zo was er de laatste gemeenteraadsvergadering die 18 dagdelen ofzo duurde; er was kerst die zowel in Limburg als in Bussum gevierd werd; er waren twee hoofdstukken van mijn proefschrift die vóór 1 januari ingeleverd moesten worden (gelukt!); er was een vakantie in New York waar ik met M een auto huurde, in Central Park rondliep, mijn oude universiteit bezocht, oudejaarsavond in Brooklyn vierde en belachelijk veel films heb gekeken; er waren een paar initiatiefvoorstellen met D66 en VVD die wel ok waren; en nu is er een noot die geschreven moet worden over een uitspraak van het Europees Hof van de Rechten van de Mens - mijn eerste publicatie, hoezee!

Ondertussen kabbelt het gemeenteraadswerk een beetje voort. Ik heb nog wat initiatiefvoorstellen in de pijpleiding zitten, maar ik twijfel over het indienen: ze gaan niet echt over de grote dingen des levens. Een beetje cultuureducatie hier, een beetje sporten daar, iets leuks met ouderen en dieren: het zet niet echt zoden aan de dijk, het zet Amsterdam niet op z’n kop, het verandert de status quo niet. Wat is dan het nut van indienen? Zeker nu er op ambtenaren wordt bezuinigd moeten wij gemeenteraadsleden misschien ook eens leren diezelfde ambtenaren niet urenlang bezig te houden met nutteloze schriftelijke vragen of particuliere hobbies – of die nu van linker- of rechterzijde komen.

Ik zoek dus nog even door naar het antwoord op de grote vraag. Ik ga ‘m dit jaar heus wel vinden, maar tot die tijd wens ik u een goed uiteinde van de maand januari en een heel gezellige en gezonde februari.

Geef een reactie

Opgeslagen onder algemeen

alleen met chris cleave

** dit stuk verscheen eerder in de Leunstoel, internetmagazine voor rustige mensen

Ik ben in Parijs. Het waait hard, het miezert en het is koud, maar dat geeft niet. Een aantal dagen ben ik hier om aan mijn proefschrift te werken, zonder de afleiding van Amsterdam. Geen mails met ingekomen schriftelijke vragen over kinderen in armoede of stakingen in het openbaar vervoer, geen journalisten die willen weten wat ik van het plan vind om AT5 over te laten nemen door RTV Noord-Holland, de Avro en het Parool, geen bioscoop waar ik met mijn Pathé Unlimited pas onbeperkt naartoe kan, geen collega’s waarmee ik privé besognes bespreek.

In Parijs ben ik eenzaam, en dat is precies de juiste gemoedstoestand om mijn zoveelste hoofdstuk te schrijven. De eenzaamheid is zelf opgelegd: ik probeer zo weinig mogelijk met anderen te praten. Dat ik de taal niet perfect beheers helpt daarbij. De interacties die ik heb zijn enkel functioneel. ‘Où est-ce que je peux trouver un restaurant pas cher’, vraag ik aan het meisje achter de balie van mijn hostel. ‘Un entrecôte grillé avec de la sauce béarnaise et frites’, bestel ik bij de ober. ‘Non merci’, zeg ik tegen de zwerver die iets van me wilt.

Ik zou me hier wel kunnen vestigen. Vier jaar eerder was ik reeds in Parijs tijdens een kort vakantieweekend; de stad maakte toen weinig indruk op me. Nu heb ik echter een ander doel: nu werk ik hier, al is het voor enkele dagen, al verblijf ik in een hotel. Ik ga vroeg naar bed, ik sta vroeg op. Ik loop doelbewust door de straten, op zoek naar een rustige bistro met prettige zachte stoelen waar ik naast een kop koffie de artikelen over internationaal strafrecht kan lezen die ik op mijn iPad gedownload heb.

De enige afleiding komt van Chris Cleave, die een roman schreef over een vluchtelinge uit Nigeria. ‘The other hand’, speelt zich niet af in Parijs, maar het onderwerp raakt zijdelings aan mijn proefschrift over asielzoekers die verdacht worden van oorlogsmisdaden en derhalve heb ik mezelf toegestaan het te lezen. Dat doe ik terwijl ik de eerder genoemde entrecôte nuttig in een klein restaurant langs het Bassin de la Villette, waar tot mijn grote vreugd geen enkele toerist zit. Ik lees in bed, terwijl de vijf vrouwen met wie ik mijn dorm deel één voor één binnenkomen en gaan slapen. Ik lees in de metro, alsof ik precies weet hoe lang ik moet zitten en waar ik moet uitstappen. Dat doe ik niet, maar het maakt niet uit.

Ik heb geen doel anders dan te schrijven. Ik hoef niet naar de Eifeltoren of het Musee d’Orsay. Ik verlang niet naar een avond in Quartier Latin. Ik kuier niet langs de kraampjes van de Marché aux Puces. Ik lees, en ik schrijf. Ik woon hier, en ik werk. Al is het maar voor enkele dagen.

Geef een reactie

Opgeslagen onder vluchtelingen

smile

2 reacties

Opgeslagen onder algemeen

in de kast is het goed toeven

Een mevrouw vlucht uit Sierra Leone. Ze komt in Nederland aan, en onderhoudt daar in het geheim een relatie met een andere vrouw. Ze wil niet terug naar Sierra Leone, omdat homoseksualiteit niet geaccepteerd wordt en tot (maatschappelijke) uitsluiting kan leiden. Er is geen expliciet verbod, maar wel zijn ‘openbare handelingen’ die samenhangen met homoseksualiteit verboden (zoenen in het openbaar, bijvoorbeeld?).

Een goede basis voor een asielclaim, me dunkt. Als iemand aanhanger is van een politieke stroming in land X, en hem wordt strafrechtelijk verboden om met openbare handelingen (manifestaties, bijeenkomsten, verkiesbaar staan) zijn sympathie te tonen, dan is dat ‘persecution’. Als iemand aanhanger is van een bepaald geloof in land Y, en het wordt hem strafrechtelijk verboden daar met openbare handelingen (bijwonen van een dienst, pamfletjes uitdelen, in de buitenlucht bidden) vorm aan te geven, dan is dat ‘persecution’. Hetzelfde geldt voor homo’s en lesbiennes.

Maar blijkbaar niet in Nederland. De Raad van State, de hoogste rechter voor bestuursrechtspraak, oordeelde dit jaar dat hoewel ‘de seksuele geaardheid een wezenlijk element van iemands persoonlijkheid is’ dit niet betekent dat de vrouw in kwestie in Sierra Leone geen betekenisvolle invulling kan geven aan haar homoseksualiteit. Met andere woorden: ook in de kast kan je prima homo zijn. Dat doet ze in Nederland immers ook.

Dit is werkelijk een absurde uitspraak, in strijd met het Vluchtelingenverdrag uit 1951 en met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Zoals professor Spijkerboer van de VU zei: ‘kan iemand een betekenisvolle overtuiging geven aan zijn godsdienstige opvatting als hij die met een paar anderen stiekem in een garage kan belijden?’ Nee, natuurlijk niet – dat accepteren we niet! Maar bij homoseksualiteit ligt dat volgens de Raad van State anders: de vluchtelinge moet zich maar gewoon weer aanpassen aan de homofobe situatie in Sierra Leone.

Deze uitspraak geeft aan hoe achterlijk Nederland soms nog is. We lijken met z’n allen zo verlicht en progressief op het gebied van homoseksualiteit, maar als het puntje bij het paaltje komt, dan hebben we (of in elk geval onze hoogste bestuursrechter) het liefst dat je niet al te veel ruchtbaarheid geeft aan je seksualiteit.

Doe maar hetero, dan doe je al gek genoeg.

Geef een reactie

Opgeslagen onder afrika, onbegrijpelijk, vluchtelingen

media logic

Ik las zaterdag op mijn iPad de New York Times en werd voor de zoveelste keer getroffen door het hoge journalistieke gehalte van de artikelen. Niet alleen lijken bijvoorbeeld de stukken van journalist Nicholas Kristof betrouwbaar omdat hij  een zaak van verschillende kanten bekijkt, maar ook de bijdragen van Krugman en Cohen zijn altijd een eye-opener. De artikelen zijn genuanceerd, de columnisten zijn intelligent.

Terug naar Amsterdam, waar we het Parool hebben. In ‘de wandelgangen’ van het stadhuis wordt er veel afgegeven op deze stadskrant:  koppen boven stukken zijn licht tendieus, illustraties zijn twijfelachtig (denk bijvoorbeeld aan het bloedende logo van nieuwsconcurrent AT5 op de voorpagina dit voorjaar), quotes zijn vervormd om in het frame van de journalist te passen. Tegen de betrokken journalist zeggen dat hij je quote uit de context heeft gehaald helpt niet: dan schrijft hij doodleuk dat je zegt ‘verkeerd begrepen’ te zijn.

Er is dus het nodige wantrouwen, maar tegelijkertijd vinden lokale politici het prettig als hun verhaal in het Parool wordt overgenomen. Zo was ik best ingenomen met het krantenbericht dat GroenLinks inzet op cultureel ondernemen. Mooi bericht ook wel: exact het persbericht dat ik eerder op de dag geschreven had. Geen letter was eraan veranderd, behalve het woord redactie dat tussen haakjes onder het bericht stond. Dat is makkelijk scoren voor mij.

Maar het is niet wenselijk. Want op mijn plan is best wat af te dingen door een kritische journalist (hoe wil ik het gaan bereiken, waarom stelt GroenLinks dit voor en niet VVD, is het niet al honderd keer eerder geprobeerd?). Die vragen zouden door de redactie gesteld moeten worden. En erger nog: als mijn persberichten zomaar worden overgenomen, dan gebeurt dat ook met andere partijen en organisaties. Terwijl ik juist de krant wil lezen met objectief nieuws waar hoor- en wederhoor op is toegepast. Dit is niet alleen een probleem dat speelt bij het Parool overigens, maar dat maakt het niet minder dubieus.

Het is riskant kritiek te hebben op de media. Voor je het weet wordt je in dezelfde hoek geplaatst als meneer Graus die een perspolitie voorstelde. Dat is volstrekt niet wat ik voorsta. Het is bijzonder goed en erg belangrijk dat politici scherp gecontroleerd worden door de media. Maar wie controleert het journaille? Het wordt tijd voor de Amsterdamse variant van ‘De leugen regeert’. Misschien iets voor het nieuwe AT5?

** deze blog schreef ik voor een gastcollege met eerstejaars studenten politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Zij vonden dat ik ‘m gewoon op mijn site moest zetten. De titel is overigens ontleend aan dit boek.

Geef een reactie

Opgeslagen onder lokale media