stedelijk museum BAM

Een week lang hebben er berichten in de media gestaan over het Stedelijk Museum. Wat is er aan de hand? Alle culturele instellingen in Amsterdam hebben zojuist subsidie aangevraagd voor de komende vier jaar. In totaal is er 82,6 miljoen euro te verdelen. Voordat het gemeentebestuur (College van B&W en de gemeenteraad) beslist hoe de koek precies verdeeld wordt, doet de Amsterdamse Kunstraad – het adviesorgaan inzake culturele kwesties – eerst een voorstel. Dat voorstel is nu op hoofdlijnen klaar.

Alle grote instellingen in Amsterdam – het National Ballet, Toneelgroep Amsterdam, het Muziekgebouw aan ‘t IJ, etc – hebben zichzelf een bezuiniging van 10 tot 15 procent opgelegd. Dat was ook noodzakelijk, want er is in de komende periode minder geld te verdelen dan in de afgelopen vier jaar (zo’n 8 miljoen). Het Stedelijk is de enige instelling die in plaats van geld te besparen méér subsidie heeft aangevraagd. En fors meer. Maar liefst drie miljoen euro wil het Stedelijk Museum optellen bij de huidige subsidie: van ongeveer 12,5 miljoen naar 15,5 miljoen per jaar. En dat terwijl het museum eigenlijk 10 tot 15 procent zou moeten bezuinigen. BAM!

Die extra subsidie valt uiteen in twee delen: een deel is bedoeld voor de exploitatielasten van het nieuwe gebouw en een deel is ‘gewoon’ extra subsidie voor programmering, personeelskosten en wat al niet meer zij. Door de verbouwing van de afgelopen jaren is het museum nu bijna twee keer zo groot geworden; het ligt voor de hand dat de kosten van het onderhoud en de beveiliging inderdaad daardoor toenemen. Dat geld moet worden gevonden binnen de 82,6 miljoen euro die we hebben voor alle culturele instellingen. Immers, alle andere culturele instellingen hebben hun exploitatiekosten ook gewoon in hun subsidie-aanvraag verwerkt. Het Stedelijk hoeft er echter niet op te rekenen dat dat andere deel, de ‘gewone’ extra subsidie, wordt toegekend, zeker niet omdat andere (top)instellingen in de stad dan extra moeten bloeden.

Volgens de Kunstraad is het heel wel mogelijk dat het Stedelijk 15 procent bezuinigt: het museum heeft relatief veel verdienvermogen, het wordt niet door de landelijke bezuinigingen geraakt en het is ook geen instelling met veel uitvoerende kunstenaars, zo schrijft de voorzitter van de Kunstraad aan ons. Dat betekent dat het Stedelijk met een nieuw plan moet komen waarin rekening wordt gehouden met die 10 tot 15 procent bezuiniging. Het verbaasde dan ook dat diezelfde voorzitter afgelopen zaterdag in het Parool zegt dat hij geen voorstander is van ‘een slap aftreksel van het huidige plan; dan krijg je slappe soep’. Dat is een beetje tegenstrijdig, nietwaar?

Hoe het ook zij: eerst moeten we inzicht krijgen in hoe hoog de exploitatielasten nu zijn met het nieuwe gebouw. Daarna zal de Kunstraad aan de bak moeten om dat bedrag ergens uit die 82,6 miljoen euro te destilleren. Vervolgens moet het Stedelijk maar met een nieuw plan komen dat recht doet aan de inspanningen die alle andere topinstellingen in Amsterdam ook hebben verricht. Een bezuiniging van 10 tot 15 procent is pijnlijk, maar gezien de extra gemeentelijke bezuinigingen van 144 miljoen euro mogen we ‘blij’ zijn dat het daar bij blijft.

Geef een reactie

Opgeslagen onder kunst / cultuur

frietverwerping

Nog even over dat patatverbod he. Maarten Poorter (PvdA), aanstichter van ‘hi hi ha ha ho ho’ (zoals ‘ie zelf tikt), heeft niet echt gepleit voor een verbod maar voor een convenant met snackbarren en turkse pizza-tenten. In dat convenant moeten ondernemers aangeven dat ze geen vette hap meer serveren aan middelbare schoolscholieren tot 2 uur ‘s middags. Poorter was namelijk stomverbaasd toen hij een middelbare school bezocht en jongeren met broodjes kebab in hun ‘gezonde’ kantine zag zitten. Hij wil dat de ondernemers gaan meedoen met het programma ‘Jongeren Op Gezond Gewicht’ (JOGG) om zo obesitas bij kinderen en jongeren tegen te gaan.

Nu mankeert er van alles aan het patatplan (na 2 uur mag je blijkbaar snacken wat je wilt, ondernemers zien hun omzet dalen maar krijgen daarvoor in de plaats ‘een gratis advertentie in een stadskrantje’), maar het is terecht dat Poorter zich druk maakt over obesitas bij de Amsterdamse jeugd. Ruim een kwart van hen heeft overgewicht, van kinderen met Turkse ouders is bijna de helft te dik. Dat is niet goed, want overgewicht (en zeker obesitas) kan op den duur leiden tot ernstige gezondsheidsklachten zoals hart- en vaatziekten, diabetes, gewrichtsklachten en psychische problemen. Dat de PvdA daar dus iets aan wil doen, is lovenswaardig.

De vraag is alleen: wat kan je als overheid doen? Friet verbieden, convenanten sluiten, prijsvragen uitschrijven: het is allemaal zo net niks. Bovendien, jongeren zijn slim. Als ze door de snackbar worden geweigerd, dan gaan ze wel naar één van de 172 supermarkten om een zak chips met Joppiesmaak te kopen. Het probleem is dus niet op te lossen door een hek rond de snackbar te zetten, maar door iets te doen aan het feit dat die jongeren vervolgens hun calorieën er niet af zweten.

De sportparticipatie van kinderen en jongeren uit met name gezinnen met een laag opleidingsniveau en / of een laag inkomen is namelijk veel te laag. Bijna veertig procent sport niet of zelden. Nu hoor ik de PvdA eigenlijk nooit over sport. Ja, over het organiseren van de Olympische Spelen hebben de sociaal-democraten een mening (oh nee oeps). Maar toen het Sportplan van de gemeente werd besproken, waaruit keer op keer blijkt dat allerlei doelstellingen niet worden gehaald, toen gaf men niet thuis. Of toen ik een motie indiende om één miljoen euro uit te geven aan de amateursport in aanloop naar het EK Atletiek in 2016, toen stemde de PvdA als enige partij tegen.

Laten we dus hopen dat de vernieuwde aandacht van Poorter voor de gezondheid van Amsterdamse kinderen en jongeren ertoe leidt dat de PvdA op de bres springt voor méér sportende en bewegende Amsterdammers. Dat betekent meer sport op / na school, meer ondersteuning voor verenigingen en meer ruimte om te bewegen.

Geef een reactie

Opgeslagen onder sport

ongewenste asielzoeker

Ik word nog eens een echte jurist (iedereen die zegt ‘dat wordt eens tijd, je bent al twee jaar aan het promoveren’ schop ik met m’n gegipste been)! Vorige week werd mijn eerste juridische stuk gepubliceerd: een annotatie van een uitspraak van het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM). Het arrest van het EHRM ging over een Afghaanse man (I.) die met zijn vrouw en kinderen asiel had aangevraagd in Nederland, maar uiteindelijk was afgewezen omdat hij als officier in de Afghaanse communistische geheime dienst misschien ernstige strafbare feiten zou hebben kunnen plegen. Daarom werd hij tevens ongewenst verklaard, wat betekent dat hij geen legale verblijfsmogelijkheden in Nederland meer heeft en ook geen aanspraak meer kan maken op enige bijstand of sociale zekerheidsvoorzieningen. De man kon echter ook niet terug gestuurd worden naar Afghanistan, omdat hij daar wellicht gemarteld zou worden – bovendien zou geen enkel ander land de man graag willen opnemen. Oftewel: I. verkeerde in een ‘legal limbo’.

De laatste tijd is er veel aandacht voor asielzoekers zoals I. Op het Nederlandse beleid om iedere Afghaanse oud-officier van het communistische regime bijna automatisch uit te sluiten van vluchtelingenstatus – zonder redelijk bewijs van de gepleegde strafbare feiten – is veel kritiek van vluchtelingenorganisaties en UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. En terecht! Zoals ik mijn annotatie aangeef, is het Nederlandse beleid wellicht strijdig met meerdere bepalingen uit het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Blijkbaar heb ik wat zinnigs gezegd, want ik vernam zojuist dat mijn annotatie is doorgestuurd naar de Vreemdelingenkamer van de Raad van State ter leering ende vermaeck.

Wie meer wil weten, kan mijn noot lezen – er zit een ook voor leken begrijpelijke samenvatting van de zaak bij. Tadaa: Annotatie EHRM.

2 reacties

Opgeslagen onder vluchtelingen

vluchteling, wees welkom

Nederland nodigt jaarlijks 500 vluchtelingen uit die vastzitten in vluchtelingenkampen over de hele wereld om zich definitief in ons land te hervestigen. Minister Gerd Leers is van plan om daarbij voortaan aanvullende eisen te stellen: hij wil een selectie maken op basis van de achtergrond en ‘integratie-potentie’ van deze vluchtelingen. Dit plan heeft de terechte kritiek gekregen van diverse partijen in de Tweede Kamer en van vluchtelingenorganisaties. Leers verdedigt zich door te stellen dat het Nederlandse hervestigingsbeleid solidariteit betuigt aan de ontwikkelingslanden die grote aantallen vluchtelingen opvangen. Die stelling is echter een gotspe, niet alleen door het voornemen om enkel de succesvolle vluchtelingen uit de kampen te halen, maar ook door het geringe aantal vluchtelingen dat door Nederland wordt uitgenodigd.

Hervestiging, of ‘resettlement’, stuit al decennia op bezwaren bij de ontvangende landen. Ook net na de Tweede Wereldoorlog ging de hervestiging van ontheemden zeer moeizaam. Voor zo’n 1 miljoen vluchtelingen uit met name Oost-Europese landen en de Soviet Unie was een terugkeer naar het land van herkomst geen optie. Zij verbleven in grote vluchtelingenkampen in Duitsland, Italië en Oostenrijk, waar zij niet konden (of wilden) blijven. Voor hen probeerden de Verenigde Naties een plek te vinden in West-Europa, Zuid-Amerika, de Verenigde Staten en Australië. Deze landen selecteerden vooral de vluchtelingen die in de mijnen en in de fabrieken konden werken – doorgaans de jongeren en de gezonden. De ouderen, de zieken en de kinderen kwijnden weg in kampen waar niet genoeg voedsel, medische hulp of onderdak was.

Veel is er niet veranderd aan die situatie, behalve dat er tegenwoordig niet 1 maar 15 miljoen vluchtelingen zijn. Het overgrote deel van de vluchtelingen wordt in buurlanden opgevangen waar zij jarenlang in kampen verblijven, wachtend tot zij terug kunnen keren naar hun land van herkomst. Sommige conflicten duren echter decennia: denk aan de burgeroorlog in Somalië of de jarenlange strijd in Afghanistan. Buurlanden zijn doorgaans zelf niet welvarend of politiek stabiel genoeg om voor deze vluchtelingen te zorgen; bovendien leiden vluchtelingenkamen aan de grens vaak tot destabilisatie van de regio. Het gaat ook niet om kleine aantallen: Jordanië huisvest bijna 2,5 miljoen vluchtelingen, Pakistan ruim 2 miljoen, Syrië 1,5 miljoen, Kenia ruim 400.000 en Tsjaad bijna 350.000. Duitsland is het enige niet-buurland in de top tien met bijna 600.000 vluchtelingen binnen haar landsgrenzen. Lees verder

2 reacties

Opgeslagen onder internationale politiek, verenigde naties, vluchtelingen

ziekenhuis

Moeizaam probeer ik me op mijn zij te positioneren als ik me bedenk dat ik dat helemaal niet kan. Ik lig voor het eerst in mijn leven in het ziekenhuis met mijn linkerbeen in een stellage. Gisterochtend werd ik geopereerd aan mijn knieschijf. Die heeft namelijk de onhebbelijke gewoonte om soms – als ik ‘m ergens tegenaan stoot of als ik m’n knie overstrek – eruit te schieten naar de buitenkant van mijn been: dan luxeert ‘ie dus. Google maar eens op ‘patella luxatie’: het is een aandoening die met name bij honden voorkomt…

Anyway, niet alleen doet zo’n luxatie gruwelijk veel pijn, maar ook kan er dan een stukje van mijn knieschijf afbreken, zoals afgelopen zomer gebeurde toen ik een yoga-oefening deed (don’t try this at home!).

De orthopeed heeft nu de pees waaraan mijn knieschijf is bevestigd op mijn onderbeen losgedecoupeerzaagd en iets verder op mijn onderbeen vastgeschroefd. Ook heeft ‘ie een stukje van mijn hamstring uit mijn bovenbeen gehaald om daarmee een extra verbinding te maken tussen m’n knieschijf en mijn bovenbeen: dat zou ‘m voortaan netjes op zijn plek moeten houden.

De operatie was geen pretje: ik had een ruggenprik maar ging tegen het eind toch voelen dat men in me zat te zagen en te beitelen, dus toen heb ik alsnog narcose gekregen. Ook daarna, op de Vercouver (de uitslaapkamer, waar mijn beide ouders werken die super goed voor me gezorgd hebben) en de afdeling had ik veel pijn. Ik dacht dat ik wel snel een wandelingetje kon maken, maar voorlopig staan m’n krukken ongebruikt in de hoek.

Vanavond mag ik naar huis, alwaar ik op één of andere manier mijn vier trappen moet zien op te komen. Dan zit ik acht weken in het gips, waarna ik drie maanden moet revalideren. Hoewel het allemaal pijnlijk en gedoe is, vind ik het toch ook wonderlijk wat men aan een mens (of een hond) kan fixen. Nu ja, in augustus ben ik weer aan de wandel, en dat is maar goed ook, want dan ga ik met M naar l’Afrique!

2 reacties

Opgeslagen onder algemeen, zorg