Vluchteling, wees welkom

Dit stuk, over de hervestiging van vluchtelingen naar Nederland, verscheen ook op Republiek Allochtonië. Lees het hier.

Nederland nodigt jaarlijks 500 vluchtelingen uit die vastzitten in vluchtelingenkampen over de hele wereld om zich definitief in ons land te hervestigen. Minister Gerd Leers is van plan om daarbij voortaan aanvullende eisen te stellen: hij wil een selectie maken op basis van de achtergrond en ‘integratie-potentie’ van deze vluchtelingen. Dit plan heeft de terechte kritiek gekregen van diverse partijen in de Tweede Kamer en van vluchtelingenorganisaties. Leers verdedigt zich door te stellen dat het Nederlandse hervestigingsbeleid solidariteit betuigt aan de ontwikkelingslanden die grote aantallen vluchtelingen opvangen. Die stelling is echter een gotspe, niet alleen door het voornemen om enkel de succesvolle vluchtelingen uit de kampen te halen, maar ook door het geringe aantal vluchtelingen dat door Nederland wordt uitgenodigd.

Hervestiging, of ‘resettlement’, stuit al decennia op bezwaren bij de ontvangende landen. Ook net na de Tweede Wereldoorlog ging de hervestiging van ontheemden zeer moeizaam. Voor zo’n 1 miljoen vluchtelingen uit met name Oost-Europese landen en de Soviet Unie was een terugkeer naar het land van herkomst geen optie. Zij verbleven in grote vluchtelingenkampen in Duitsland, Italië en Oostenrijk, waar zij niet konden (of wilden) blijven. Voor hen probeerden de Verenigde Naties een plek te vinden in West-Europa, Zuid-Amerika, de Verenigde Staten en Australië. Deze landen selecteerden vooral de vluchtelingen die in de mijnen en in de fabrieken konden werken – doorgaans de jongeren en de gezonden. De ouderen, de zieken en de kinderen kwijnden weg in kampen waar niet genoeg voedsel, medische hulp of onderdak was.

Veel is er niet veranderd aan die situatie, behalve dat er tegenwoordig niet 1 maar 15 miljoen vluchtelingen zijn. Het overgrote deel van de vluchtelingen wordt in buurlanden opgevangen waar zij jarenlang in kampen verblijven, wachtend tot zij terug kunnen keren naar hun land van herkomst. Sommige conflicten duren echter decennia: denk aan de burgeroorlog in Somalië of de jarenlange strijd in Afghanistan. Buurlanden zijn doorgaans zelf niet welvarend of politiek stabiel genoeg om voor deze vluchtelingen te zorgen; bovendien leiden vluchtelingenkamen aan de grens vaak tot destabilisatie van de regio. Het gaat ook niet om kleine aantallen: Jordanië huisvest bijna 2,5 miljoen vluchtelingen, Pakistan ruim 2 miljoen, Syrië 1,5 miljoen, Kenia ruim 400.000 en Tsjaad bijna 350.000. Duitsland is het enige niet-buurland in de top tien met bijna 600.000 vluchtelingen binnen haar landsgrenzen.

UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, probeert met alle macht een oplossing te zoeken voor de uitzichtloze situatie waarin deze vluchtelingen zich bevinden. Als zij niet terug naar het land van herkomst kunnen en ook lokaal niet kunnen integreren, dan is enkel hervestiging in een derde land mogelijk. Die resettlement komt echter nauwelijks van de grond: in 2010 konden bijna 100.000 vluchtelingen zich definitief hervestigen in een ‘Westers’ land. Daarvan ging 90 procent naar de Verenigde Staten, Canada en Australië. In vergelijking met deze landen is het aantal van 500 vluchtelingen dat Nederland wil opnemen beschamend laag, maar grote landen als Frankrijk (400) en Duitsland (450) zitten in 2010 zelfs nog onder de Nederlandse ‘gastvrijheid’.

Nederland doet het dus zo slecht nog niet in vergelijking met andere Europese landen, maar onze inzet verbleekt bij de jarenlange opvang die door Afrikaanse en Aziatische landen aan vluchtelingen wordt geboden. In dat licht is het ook niet te aanvaarden dat Nederland haar selectiebeleid voor dat kleine groepje vluchtelingen aanscherpt en alleen nog ‘kansrijk te integreren’ vluchtelingen wil uitnodigen. Westerse landen zouden een representatieve doorsnede van de vluchtelingenpopulatie moeten opnemen, en niet alleen diegene die goed kunnen werken en gezond zijn. Juist de meest kwetsbare vluchtelingen, zoals alleenstaande moeders met kleine kinderen, minderjarigen, gehandicapten en zieken, hebben ernstig behoefte aan ondersteuning, stabiliteit en speciale zorg; iets dat zij doorgaans niet zullen vinden in de troosteloze vluchtelingenkampen in het bloedhete Oost-Kenia of het onherbergzame noorden van Pakistan.

Het is niet reëel om te veronderstellen dat vluchtelingen eerlijk verdeeld zullen worden over de landen in de wereld: buurlanden van conflicthaarden zullen ongetwijfeld de zwaarste lasten blijven dragen. Westerse landen kunnen die last echter gedeeltelijk overnemen door een ruimhartig vluchtelingenbeleid te hanteren dat gebaseerd is op humane gronden, niet op economische. Er ligt hier een kans voor Leers om samen met de Europese Unie afspraken te maken over de verlichting van de wereldwijde vluchtelingenproblematiek. Het uitgangspunt moet dan zijn dat we het lot proberen te verbeteren van de meest kwetsbare vluchtelingen. Zo’n hervestigingsbeleid betuigt pas echt solidariteit aan de ontwikkelingslanden die het gros van de vluchtelingen opvangen.

 

Advertenties

  1. Pingback: Vluchteling, wees welkom | Sargasso

  2. Je maakt in mijn ogen een terecht punt. Wanneer minister Leers stelt dat het Nederlandse hervestigingsbeleid solidariteit betuigt aan de ontwikkelingslanden die grote aantallen vluchtelingen opvangen, vind ik dit inderdaad geen pas geven. Het criterium ‘integratiepotentieel’ is echter niets nieuws onder de zon.

    Al sinds 1987 hanteert de Nederlandse regering een jaarlijks quotum van 500 uitgenodigde vluchtelingen. Ongeveer vier maal per jaar vinden er zogenaamde selectiemissies plaats in vluchtelingenkampen. Deze worden georganiseerd door de IND en uitgevoerd in samenwerking met het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) en de UNHCR, waarbij de rolverdeling zo is, dat UNHCR vluchtelingen voordraagt voor hervestiging en medewerkers van COA en IND intakes houden. Tijdens deze intake maken zij een integratieprofiel van de vluchteling en schatten ze het realiteitsgehalte van de verwachtingen in. Dit gaat al sinds jaar en dag op deze wijze en ik ga ervan uit dat je daarvan op de hoogte bent.

    Voor de UNHCR geldt, dat terugkeer naar het land van herkomst de optie van voorkeur is. Indien dit niet mogelijk is, verdient opvang in de regio de voorkeur van de UNHCR, tenzij er redenen zijn waarom dit niet (meer) wenselijk is. Bijvoorbeeld vanwege de veiligheidssituatie of de uitzichtloosheid van de toestand. Een groot voordeel van opvang in de regio is dat de cultuurshock voor een vluchteling vaak minder groot is dan na hervestiging in een Europees of ander westers land. Ook is terugkeer naar het eigen land zodra dit weer veilig is, een hartewens van veel vluchtelingen, waarschijnlijk gemakkelijker als je niet eerst je regio verlaat. Maar zoals je schrijft: de druk op de vluchtelingenkampen in de regio’s van oorlogsgebieden is groot, te groot.

    Zolang er een quotum bestaat voor naar Nederland uitgenodigde vluchtelingen, denk ik dat het selectiecriterium ‘grote kans op welslagen van integratie’ niet eens zo gek is – mits het niet het enige criterium is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: