De morele plicht van politici in het migratiedebat

Dit stuk schreef ik samen met Isabelle Swerissen, mijn collega en tevens promovenda bij het Amsterdam Center for International Law. 

Mensen migreren. Dat is altijd zo geweest. Lang voordat er grenzen waren, verlieten mensen huis en haard, op zoek naar nieuwe gebieden om hun vee te laten grazen; op zoek naar veiligheid omdat oorlog of natuurgeweld de directe omgeving onbewoonbaar maakte; op zoek naar werk of studie, omdat het land van herkomst daarvoor niet genoeg mogelijkheden bood. Veel van deze redenen voor migratie bestaan nog steeds. Vandaag, op de Internationale Dag van de Migrant van de Verenigde Naties, zijn er wereldwijd ongeveer 215 miljoen migranten. Dat is drie procent van de wereldbevolking. Dit cijfer is een constante. Migratie is door de jaren heen niet toe- of afgenomen; het blijft gelijk, omdat de wil of de noodzaak om te migreren een normaal verschijnsel is van de menselijke natuur.

En toch bestaat de indruk dat migratie een abnormaliteit is; een fenomeen dat moeten worden bestreden omdat het allerlei negatieve gevolgen heeft. Zo wordt in Nederland en Europa migratie dikwijls geassocieerd met werkloosheid, criminaliteit en culturele achteruitgang. De VVD vindt bijvoorbeeld dat ‘de ongecontroleerde toestroom van kansarme en laagopgeleide migranten tot grote problemen in wijken, op scholen, op de arbeidsmarkt en op het vlak van criminaliteit leiden’. Dit is niet langer een framing die alleen door rechtse of nationalistische partijen wordt gebruikt: ook zichzelf links noemende partijen hebben dit negatieve beeld van de migrant overgenomen. Zo zei PvdA’er Lodewijk Asscher dat ‘migratie een ontregelend effect kan hebben op de minder hoogopgeleide burgers in rijke EU-landen’.

Met dit soort uitspraken van politici wordt de angst voor migranten aangewakkerd, terwijl er ontegenzegenlijk ook positieve gevolgen van migratie te noemen zijn. Denk aan al die hoogopgeleide technici, academici en kenniswerkers die in Nederlandse bedrijven en aan universiteiten aan het werk zijn. Deze talenten zorgen voor een grote economische en wetenschappelijke ontwikkeling. Maar ook laagbetaald, laaggeschoold of impopulair werk wordt vaak door migranten uitgevoerd. Dat is werk dat autochtonen niet willen doen, maar wel gedaan moet worden, zoals schoonmaken, vakkenvullen of bollen pellen. Omdat laaggeschoolde migranten dit graag op zich nemen, hoeft het werk niet naar het buitenland verplaatst te worden. Dat levert, met name in grote steden, weer banen op: aan chefs, managers, technici, etc. Kortom: werk schept werk.

Een ander positief gevolg van migratie is dat migranten de economie in hun thuisland ondersteunen. Uit onderzoek van de Nederlandsche Bank blijkt dat migranten jaarlijks ongeveer acht miljard euro vanuit Nederland naar hun thuisland sturen. Dit komt niet alleen ten goede aan achtergebleven familie en vrienden, maar zorgt ook voor economische ontwikkeling, welvaart en stabiliteit in dat land. Het bruto nationaal product van bijvoorbeeld de Filippijnen wordt door 10 procent bepaald door dergelijk geldtransfers ‘naar huis’. Daardoor kon dit land zich de afgelopen jaren ontwikkelen tot een economische Aziatische tijger, waarmee het goed zaken doen is. Migratie en ontwikkeling gaan dus hand in hand.

Natuurlijk is het debat over migratie niet zwart-wit: er kunnen ook minder rooskleurige effecten van migratie genoemd worden. Het is echter belangrijk dat de nuance in het debat hierover aanwezig blijft, en daar komt de plicht van de politiek – rechts én links – om de hoek kijken. Juist vandaag moeten politici worden gewezen op hun verantwoordelijkheid in het migratiedebat. Het is namelijk niet alleen de Internationale Dag van de Migrant, maar ook de tweede sterfdag van intellectueel Vaclav Havel, de eerste president van een onafhankelijk en democratisch Tsjechië. Zijn gedachtegoed over de verantwoordelijkheid van politici is een belangrijke en één die relevant is in een discussie over migratie.

Havel stond, als leider van de Fluwelen Revolutie, aan de wieg van de onverwerping van het communistische regime in 1989. Dit doordrong hem van het idee dat de ware kunst van politiek bedrijven bestaat uit het aangaan van moeilijke discussies en het winnen van steun voor op het eerste gezicht impopulaire boodschappen. Migratie is zonder twijfel zo’n impopulair en controversieel onderwerp. Dappere politici zoals Havel ontbreekt het echter in Nederland: in plaats van een weerwoord te bieden aan de polariserende boodschappen van Wilders en andere nationalistische politici in Europa, deinen rechts én links mee op de sentimenten die zij oproepen. Met hun oorverdovende stilte legitimeren ze die sentimenten. Met hun papegaaiengedrag zorgen ze ervoor dat deze gemeengoed worden onder het bredere publiek.

Dit moet anders. Politici hebben de morele plicht om burgers juist en volledig te informeren over migratie en over de gevolgen ervan. Dit houdt in dat óók de positieve effecten van migratie over het voetlicht moeten worden gebracht. Alleen zo kan het migratiedebat op verantwoordelijke wijze worden gevoerd. Dat het debat gevoerd moet worden, is klip en klaar. Mensen migreren namelijk; dat deden onze voorouders en dat zullen onze kinderen blijven doen.

Advertenties

  1. Ik zou eerder zeggen: Politici hebben de morele plicht om zich juist en volledig te -laten- informeren over migratie en over de gevolgen ervan. Dit houdt in dat óók de positieve effecten van migratie over het voetlicht moeten worden gebracht

  2. A.Visser

    Er is weinig positiefs meer over van die migratie verhalen!
    Het wordt gruwelijk gevaarlijk!!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: