Waar de hulp niet komt, is de nood het hoogst

Afgelopen vrijdag (10 juli) schreef ik in het Parool over humanitaire hulp, UNHCR en vergeten crisis.

Waar de hulp niet komt, is de nood het hoogst
November 2013: de typhoon Haiyan raast over grote delen van Zuidoost-Azië en richt enorme schade aan. In de Filipijnen vallen meer dan 6000 doden. Een immense hulpcampagne komt op gang, waarbij de Verenigde Naties, overheden, beroemdheden en bedrijven miljoenen doneren. Binnen korte tijd worden tentenkampen uit de grond gestampt, wordt aan de overlevenden voedsel en medische zorg geleverd en wordt er begonnen met de wederopbouw.

Hoe anders gaat de internationale gemeenschap om met de al jaren voortdurende crisis in Zuid-Sudan, de Democratische Republiek Congo en de Centrale Afrikaanse Republiek, waar de meeste slachtoffers aan hun lot worden overgelaten. Ook de Syrische vluchtelingen, die met miljoenen tegelijk in Jordanië, Libanon en Turkije zijn neergestreken, moeten het vaak zonder internationale hulp stellen. En de hulp die er is, bereikt niet de meest hulpbehoevenden.

Deze apathie wordt, volgens een deze week verschenen rapport van Artsen zonder Grenzen met de treffende titel ‘Waar is iedereen?’, niet veroorzaakt door een gebrek aan geld, maar door de manier waarop het geld besteed wordt. Aangespoord door donorlanden die snel resultaat van hun investering willen zien, negeren hulporganisaties de meest turbulente regio’s en spenderen daarentegen hun budget aan makkelijker te bereiken slachtoffers. Langdurige projecten, zoals de zeer moeizame opbouw van Haïti na de aardbeving in 2010, zijn de dupe: de humanitaire karavaan vertrok al snel naar meer mediagenieke rampen, ondanks een cholera-uitbraak en ondanks de nog honderdduizenden daklozen.

De meeste kritiek heeft Artsen zonder Grenzen op UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, die in veel conflictgebieden met drie petten rondloopt: de organisatie deelt geld uit, coördineert én implementeert hulpprogramma’s. Dat werkt ontegenzeggelijk belangenverstrengeling in de hand. Uit angst om een deel van haar budget te verliezen aarzelt UNHCR bovendien vaak om tijdig hulp in te roepen bij andere VN-organisaties. Inefficiëntie, incompetentie en bureaucratie zijn het gevolg.

Schermafbeelding 2014-07-14 om 10.03.42Tegelijkertijd moet gezegd worden dat UNHCR een haast onmogelijke taak uitvoert: het aantal Syrische vluchtelingen in Jordanië alleen al is in minder dan een jaar tijd toegenomen tot zo’n 600.000 mensen. Dat UNHCR zich daarom richt op de makkelijk te bereiken geregistreerde vluchtelingen die zich in kampen ophouden kan de organisatie nauwelijks verweten worden.

Een ander probleem is de wens van donorlanden om te investeren in modieuse maar vage concepten als ‘capaciteitsopbouw’ en ‘governance’; concepten waarvan het resultaat moeilijk te meten is. Hulporganisaties zijn echter maar al te happig om donorlanden in deze wens te faciliteren; liever dat dan investeren in noodhulpprogramma’s in moeilijke en gevaarlijke crisisgebieden.

Gelukkig zijn er ook lichtpuntjes: uit het onderzoek van Artsen zonder Grenzen blijkt dat de kleine en vaak lokale hulporganisaties veel beter in staat zijn om de meest kwetsbare groep slachtoffers te bereiken. Paradoxaal genoeg vallen deze organisaties echter vaak buiten de boot, omdat ze niet de capaciteit hebben mee te draaien in de bureaucratische rompslomp van de VN, terwijl nou net daar het geld wordt uitgedeeld. Het voorstel van de ChristenUnie eerder deze week om het Nederlandse noodhulpbudget voor een deel aan deze lokale organisaties uit te keren is dus zo gek nog niet.

Het is te makkelijk om de schuld alleen bij de hulporganisaties te leggen; de media speelt ook een cruciale rol. Zodra Hilversum besluit dat een item over de Centraal Afrikaanse Republiek te hoog gegrepen is voor de kijker, trekt men weg naar een meer behapbaar conflict of ramp. Uit het oog, uit het hart. Het initatief van het online journalistieke platform ‘de Correspondent’ om vergeten oorlogen te verslaan is daarom prijzenswaardig. En ook donorlanden zijn niet zonder blaam: zij sturen vaak, direct of indirect, hulporganisaties aan met geoormerkt geld. Bij deze landen ligt daarom de verantwoordelijkheid om het bieden van hulp aan de meest kwetsbare slachtoffers van oorlog en natuurgeweld te prioriteren. Vervolgens moeten donorlanden de hulporganisaties commiteren aan dergelijke hulp, ook als deze moeilijk en niet zo mediageniek is. Dat vereist een lange adem: iets wat regeringsleiders die in verkiezingscycli van vier jaar denken helaas vaak niet bezitten. Alleen zo worden echter diegenen die hulp het hardst nodig hebben ook echt geholpen.

Advertenties

  1. Juist alle misstanden bij de grotere organisaties maken dat ik mijn donaties heb gestopt.
    Resultaat is mijn wens en geen bureaucratie en zelfverrijking.
    Bezorgde groet,

    • EvR

      Ha Rob, dat is jammer, want er gebeurt ook veel goeds. Ik doneer o.a. aan Artsen zonder Grenzen, in mijn opzicht één van de beste en meest effectieve hulporganisaties.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: